Wat is prehistorie
Een korte beschrijving van de Oude Steentijd (Paleolithicum) / Nieuwe Steentijd (Neolithicum) / Bronstijd / IJzertijd / Middeleeuwen

Oude Steentijd (Paleolithicum)
Neanderthaler spits
Een van de oudste voorwerpen die in Westerveld is gevonden is een vuurstenen spits die misschien als speerpunt is gebruikt. De spits werd aangetroffen in een uitgestoven stuk heide bij Holtinge in de buurt van Uffelte.

Het is gemaakt door Neanderthalers, enkele tienduizenden jaren geleden. Deze zullen geleefd hebben in een wat warmere periode van de laatste ijstijd. De vondst werd gedaan in 1970.

Rechts: Havelterspitsen. Collectie: © Maarten Perdeck. Foto: © Christophe Brochard

Vijf mammoeten
In het beekdal van de Wapserveense Aa, nabij Nijensleek, zijn restanten van vijf mammoeten gevonden. Ook zij stapten hier, tijdens de laatste ijstijd, gewoon rond. In Drenthe zijn veel solitaire mammoetresten gevonden, maar 5 op dezelfde locatie is volstrekt uniek voor Nederland. Op sommige botten zijn kerfsporen aangetroffen die mogelijk zijn aangebracht door Neanderthalers. De kerfsporen waren mogelijk bedoeld als versiering. De restanten kwamen in 1988 boven water op een zandwinlocatie.

Mammoetresten Wapserveens Aa

Hamburger cultuur
In het Vledderveld is een zeer bijzondere nederzetting van 11.000 jaar oud uit de rendierjager tijd aangetroffen. De nederzetting behoort tot de zogenaamde Hamburgercultuur.
Het bleek een van de meest interessante vindplaatsen van Noord-Nederland en zelfs van Noordwest-Europa te zijn. Naast vuurstenen werktuigen werd er ook barnsteen en rode oker aangetroffen. De nederzetting werd in 1952 ontdekt en opgegraven.

Rendierjagers in de toendra
Bewoning en vindplaatsen van artefacten door de hele gemeente Westerveld. Vooral in de beekdalen van de Wapserveense Aa en Beilerstroom en ook bij de vele meertjes en pingoruïnes in deze omgeving.
De meest markante producten van deze steentijdjagers, die rond 12.000 v. Chr. in de omgeving van Havelte woonden, zijn vuurstenen pijlen of speerpunten. Door archeologen ‘Havelte’-spitsen genoemd. De eerste vondsten werden in de jaren dertig gedaan door de Havelter archeoloog George Hendrik Voerman.
Nieuwe Steentijd (Neolithicum)
Hunebedden
Graven van steen. In Westerveld: één bij Diever en twee in het natuurgebied bij Havelte.
Er waren er nog twee in de regio: het Pottiesbargien op het Landgoed Berkenheuvel nabij Diever en een op het Landgoed De Eese dat aansluit bij het Westerveldse Nijenslekerveld.

Vijfduizend jaar oud en behorende tot de Trechterbekercultuur. In 1734 vaardigden de Drost en Gedeputeerden van Drenthe een resolutie uit waarbij de hunebedden beschermd werden. Waarschijnlijk de eerste monumentenwet van Nederland en Noordwest-Europa.

Rechts: Hunebedden D52 (Diever), D53 en D54 (Havelte), foto's winter 2015
 
Steenkist
Tijdens de trechterbekercultuur werd in Diever op zeer korte afstand van het Hunebed een zogenaamde steenkist gebouwd.
De ‘kist’ was deels bedekt met een laag heuveltje van ca 5,5 m x 3 m. Er was een stenen vloer en de hoogte van de kelder was ongeveer 50 cm. Men trof vijf trechterbekers, een schaal, een zuigflesje, bijlen, pijlpunten en een barnstenen kraal aan.
Veel wijst op een bijzetting. Aan de rand van de heuvel lag een kindergraf met als gift een zuigflesje. Duizend jaar later – ten tijde van de klokbekercultuur - werd op dezelfde plaats weer een graf aangelegd in de opgehoogde heuvel. De steenkist werd in 1929 door Professor Van Giffen opgegraven.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie

Bliksem of donderstenen
"Al sedert oude tijden heeft men stenen gekend, die uit den dampkring op de aarde waren gevallen, en aan welke men daarom een hoge verering wijdde. Vóór meer dan 2000 jaren vereerden de Grieken een beroemden steen, uit de hemel in de rivier Aegos gevallen".

De archeoloog Dr. Albert Egges van Giffen vond in een opgegraven grafkelder bij Diever (Drenthe), die omstreeks 4000 jaren oud zal zijn, een zware metalen kogel ter grootte van een stuiter, die waarschijnlijk als een amulet werd beschouwd tot bezwering van boze invloeden en aan de gestorvene in het graf was meegegeven.
Dit is blijkbaar een uit den hemel gevallen meteoor-steen. Veelal noemden natuurbeschrijvers dergelijke stenen bliksem-stenen of donderstenen, omdat men zich voorstelde, dat ze door de bliksem naar de aarde waren geslingerd.
Op de tekening van de Steenkistgraf hieronder ligt in het midden een kleine ronde steen.

Tekening Steenkistgraf
Bronstijd
Eupen Barchien ("Eupiesbargie")
Vroege bronstijd
Halverwege Havelte-Uffelte, aan de Uffelterkerkweg, staat een wel heel spannend heuveltje waar het, volgens de omwonenden, 's nachts flink kan spoken. De mensen noemen het een 'Spook'- of 'Kloppersbargie'.

Rechts: Eupen Barchien, recente foto's

Volgens horen zeggen lag er in dit 'bargie' een schat begraven. Ja, in Havelte sprak men zelfs van "een tonne met gold!" Maar niemand durfde in dit bargie te graven, want het spookte er soms verschrikkelijk.
Er lagen ook soldaten begraven, zo zegt men en er was al eens een moord gepleegd. Nee, niemand prakkezeerde erover om in dit bargie te gaan graven, hoe groot de nieuwsgierigheid bij velen ook was. Een oud Uffelter gezegde luidt: „As 't règ'nt en de zunne schient, dan bakt de heks'n pannekoek'n op ''t Klöppersbarchien!" Ook moet er 's nachts een "loggien" branden. Het heuveltje bleef onberoerd tot in 1946, toen het grondig werd onderzocht. Het bleek een grafheuvel te zijn uit de vroege bronstijd (± 1400 jaar v. Chr.).

Bron: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie
Naast de twee doden die daarin waren bijgezet, trof men een bronzen beitel aan. Zie de foto hieronder met de gevonden beitel.

Links. De met berkenschors omwikkelde kokerbeitel uit het centrale hoofdgraf van het ,,Eupen Barchien", gezien van twee kanten. Rechts. De van berkenschors ontdane kokerbeitel met pingat en het basale gedeelte van de schacht.

Koelingsveld (urnenveld)
Bronstijd

Het grootste urnenveld van Noordwest-Europa ligt op het Koelingsveld bij Doldersum, aan de noordrand van de Vledderes.
 
Het is in de tweede periode van de Bronstijd, vanaf 1100 v. Chr., in gebruik genomen toen een geheel nieuw begrafenisritueel in zwang kwam. Men ging massaal over op lijkverbranding. De crematieresten werden al dan niet in een urn begraven. Te midden van het urnenveld werden de restanten van verschillende tempeltjes aangetroffen. Het veld is opgegraven in 1937.

Het Koelingsveld

Tweeënbarg (urnenveld)
In 1927 werd een terrein tussen Diever en Wapse onderzocht. Men vond hier een urnenveld, dat zich uitstrekte over en om twee grafheuvels, de zgn. Tweeënbarg. Hieronder de afgraving van het Kringgrepurnenveld. (ook wel kringreppelurnenveld genoemd in de literatuur)

Bron: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie

Het veld in kaart gebracht:

Bron: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie

Hieronder enkele afbeeldingen van gevonden urnen.

IJzertijd
Grafheuvels
IJzertijd en Bronstijd


In de bossen bij de Boerdennen bij Dwingeloo ligt een van de mooiste grafheuvelgroepen van Nederland, mogelijk zelfs van Noordwest-Europa!  Het zijn meer dan 45 grafheuvels uit (voornamelijk) de IJzertijd rond 400 voor Chr. Deze heuvels zijn nooit opgegraven. Het zijn zogenaamde brandheuvels, die werden opgeworpen over de resten van de brandstapels waarop de doden werden gecremeerd. Enkele grotere heuvels dateren waarschijnlijk uit een vroegere periode, de bronstijd (tussen 2000 en 800 voor Chr.) De heuvels zijn door de Provincie Drenthe gerestaureerd.

Wie de Havelterberg oploopt, kan in de heide grafheuvels uit de Brons- en IJzertijd vinden. In heel Westerveld gaat het wel om meer dan honderd aanwezige grafheuvels.

Grafheuvels Boerdennen (bij Dwingeloo)

Ook langs de weg van Vledder naar Doldersum staan twee mooie exemplaren van grafheuvels.

Celtic Fields
Op veel plaatsen in Westerveld treffen we restanten aan van Celtic Fields of raatakkers. Ontstaan tussen 800 v. Chr. en het begin van de jaartelling. De boeren kenden een systeem van vierkante akkertjes met wallen er omheen. Die wallen zitten soms nog in de ondergrond en zijn op tal van andere plaatsen nog aan de oppervlakte waarneembaar.

Impressie raatakkers
In 2014 werd een raatakkersgebied in het Dwingelderveld ontdekt.
Raatakkers Dwingelderveld, positionering laser-altimetriebeeld (of lidar)
Middeleeuwen
Spieker in Lhee
In 1954 werd in Lhee, nabij Dwingeloo, gemeente Westerveld, een fundering van veldkeien opgegraven. Het oorspronkelijke oppervlak (de donkere baan in het profiel links) toont het half ingegraven karakter. Later is nog een dik sluifzandpakket afgezet. Prof. A.E. Van Giffen (midden) geeft uitleg aan deelnemers aan een excursie van de Drents Prehistorische Vereniging. Zie de afbeelding hieronder.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie
De fundering met een afmeting van ongeveer 5 x 5 m is half in de grond ingegraven. Nog nooit is bij reguliere opgravingen van middeleeuwse huisplattegronden iets dergelijks aangetroffen. Een interpretatie als kelder van een houten huis lijkt daarom minder waarschijnlijk. Het geeft veeleer aanleiding om ie denken aan een vrijstaand gebouwtje bestaande uit een souterrain en daarboven twee verdiepingen.
De wijze van funderen doet sterk denken aan die van de tufstenen kerken, waarvan al is gezegd dat deze geen aansluiting vind! bij de Drentse bouwtradities. Het geheel vertoont in bouwwijze en afmetingen veel overeenkomst met spiekers uit de historische tijd, zoals die in het aangrenzende Duitse gebied nog wel bewaard zijn gebleven. Een dergelijke vergelijking geeft in combinatie met de on-Drentse bouwwijze reden om te denken aan een gebouw dat bedoeld zou kunnen zijn om bisschoppelijke tienden in te verzamelen.
 
De tekening toont hoe het gebouw er in de 11de/12de eeuw uitgezien zou kunnen hebben. Op de veldstenen fundering kan een gebouwtje in vakwerkstijl hebben gestaan.
Bron: Wonen en werken, honderdduizend jaar dagelijks leven in Drenthe

Hof van Kalteren
Bij het Dieverse Kalteren hebben archeologen de middeleeuwse bisschoppelijke hof Calthorne terug gevonden. De oudste bewoningsfase uit de Late Middeleeuwen is van 1150-1250.
Het bisschoppelijke erf bleek 1,7 hectare groot te zijn geweestwas en voorzien van een brede gracht. Het is de grootste hof die tot nu toe in Drenthe is gevonden, met afmetingen van 50 x 17 m. Naast de hof werd een schuur, een waterput, vier spiekers, een moestuin en een veedrift aangetroffen. Het complex werd in 2004 en 2005 opgegraven.