A visit to the OERmuseum in Diever is already an experience in itself because of its charming location. The archaeological museum is located in the ‘Schultehuus’. The schultehuis in Diever is currently the only more or less original schultehuis in Drenthe. Berend Ketel had the house (re)built in 1604. According to architectural historians, the original building dates back to the early 1500s.
The Schultehuus was restored during the period of 1935 to 1937. Most of the wall tiles are from the Schultehuus in Ruinerwold, which was demolished in 1903. They were donated in 1937 by J. Derks Brouwer, grandson of the last schulte of Ruinerwold. The supporting beams in the front rooms feature stylised horse heads, an ancient Germanic symbol, carved into the supports. This is the main evidence that the original building is from the early 1500s.
In this schultehuus Berend Ketel was the first schulte: mayor, judge, notary and bailiff at the same time. He was a so-called ‘yeoman’ or self-owned farmer, someone who owns and cultivates his own land. During the Eighty Years’ War (1568-1648), the area around Diever was reduced to ashes by Geuzen in February 1582. Count William Louis of Nassau, stadtholder (or steward) of Friesland, ended the Spanish reign in 1594. He appointed new, reliable public servants for local government in his territory of power. In Drenthe, in 1596, he appointed Berend Ketel as schulte of Diever and ‘bannerschulte’ (which means head schulte) of the ‘Dieverderdingspil’. Until 1737, five successive generations of Ketel held the office of schulte in this house.
Until the end of the 15th century, a ‘dingspil’ was an administrative district. Drenthe had six of them, of which the Dieverderdingspil was one. From each dingspil, four self-owned farmers were appointed as ‘ette’ (judge) in the district administration of Drenthe. The dingspills were allowed to meet independently, which often took place in the open air. Berend Ketel had his carved coat of arms placed above the front door of the Schultehuus. This coat of arms, like that of his wife Hermanna Arents, can still be seen on the stained glass in the side window of the schulte room today. It consists of a profiled blue crossbeam on a field of silver, with a green dragon with a double-split red tongue as its crest. The silver and the crossbar can also be found in the coat of arms of Diever.
Welkom, wat fijn dat je er bent!
Het OERmuseum heeft een bijzonder plan: op de Brink komt een herinneringsplek voor de bekende archeoloog Albert Egges van Giffen. Een plek waar verleden en heden elkaar ontmoeten. Verschillende kunstenaars hebben hiervoor een ontwerp gemaakt. Uit alle inzendingen zijn drie ideeën gekozen – en die leggen we graag voor aan de inwoners van Westerveld.
Maar eerst: wie was Van Giffen eigenlijk?
Hoewel zijn naam niet bij iedereen een belletje doet rinkelen, is zijn betekenis enorm. Hij wordt niet voor niets de ‘vader van de hunebedden’ genoemd. Van Giffen onderzocht alle hunebedden in Nederland, bracht ze nauwkeurig in kaart en zorgde voor restauratie en behoud. In een tijd waarin archeologie nog nauwelijks serieus werd genomen en vondsten soms verloren gingen, zette hij het vakgebied in Nederland stevig op de kaart.
Zijn band met Diever was sterk. Hij groeide op in de oude pastorie aan de Brink, ging er naar school, bezat er een vakantiehuis en vond er uiteindelijk ook zijn laatste rustplaats. Voor oudere inwoners is hij misschien nog een bekende verschijning: een markante persoonlijkheid met een grote passie voor het verleden.
Voor de herinneringsplek zijn drie ontwerpen geselecteerd, die we hieronder presenteren:
Bij dit ontwerp staat de grote steen voor het oude gemeentehuis centraal. De gemeente heeft deze steen beschikbaar gesteld voor het monument. Aan de steen wordt een bankje bevestigd met daarop een ijzeren draadfiguur die Van Giffen voorstelt. Bezoekers kunnen naast hem plaatsnemen, een selfie maken of simpelweg even uitrusten. Een laagdrempelige en uitnodigende manier om kennis te maken met zijn verhaal.
Een manshoog draadfiguur van ijzer die Van Giffen uitbeeldt terwijl hij een zwerfkei in zijn handen houdt. Dit ontwerp benadrukt zijn verbondenheid met het landschap en zijn onderzoek naar prehistorische monumenten.
Een tweedimensionale vorm van een hunebed, waarbij alleen de contouren van de zwerfstenen zichtbaar zijn. Je kijkt dus door het hunebed heen. De omtrek van de stenen is uitgevoerd in roestvrij staal en van binnenuit verlicht. Dit moderne ontwerp verwijst direct naar het werk waarvoor Van Giffen zo bekend werd en laat het verleden letterlijk oplichten in het heden.