Ten noordoosten van Diever, op de zuidrand van de Hezen Esch, langs de Groningerweg, ligt het hunebed D52. Dit hunebed is een van de weinige die al in de 17e eeuw vermeld wordt op een kaart. Van burgemeester S.J. van Royen is in 1818 de mededeling dat in een van de dekstenen een grote mensenhand is gegraveerd. Deze hand moet aan zijn fantasie ontsproten zijn want hij is nu onvindbaar.
Op 6 januari 1855 wordt aan het Rijk gemeld dat op de Heezen Esch in een akker van Hendrik ter Mast een hunebed ligt. Op deze akker stond bij een huisje een schuur, waaronder stenen van een hunebed liggen. Het Rijk besluit pas op 20 oktober 1871 de akker en het hunebed aan te kopen. Voor de afbraak van de schuur en de aankoop van het hunebed betaalt het Rijk 100 gulden. Na de afbraak van de schuur staken de fruitbomen van de oude boerderij nog jarenlang boven de steenhoop uit.
Prof. Van Giffen beschrijft het hunebed in zijn standaardwerk “De Hunebedden in Nederland (1925-1927)”: ”Het hunebed verkeert in geheel vervallen staat, zoodat zelfs enkele grove hoofdbijzonderheden nauwelijks herkenbare zijn; het geheel is dan ook niet meer reconstrueerbaar. De laatste sporen van een vroegeren dek- of mantelheuvel zijn vrijwel uitgewischt”.
In 1953 begint Van Giffen aan een grondige restauratie en tot in 1995 worden er nog werkzaamheden uitgevoerd. Het huidige hunebed heeft een lengte van 14,5 m en een breedte van 4,8 m. Het bestaat uit 14 draagstenen, 6 dekstenen, 2 sluitsteen en 1 poortzijsteen.
Tijdens en tussen de restauraties door wordt vluchtig kennis vergaard over de staat van de grafkamer. De kelderinhoud is echter nooit volledig onderzocht. De verzamelde aardewerkscherven zijn afkomstig van emmers, amforen, schalen, terrines en trechterbekers die een groot vakmanschap in decoratie vertonen. Soms zijn de graveringen in het aardewerk opgevuld met een witte pasta van vermaken bot. De scherven kunnen worden gedateerd tussen 3300 en 2850 v. Chr.
Dat hunebedden ook hangplekken zijn voor jongeren, getuigt een vernieling in april 2011. Een groep vuurtje stokende jongeren heeft één van de draagstenen ernstig beschadigd. De scheur van ongeveer 40 cm is hersteld door een gespecialiseerd bedrijf. De vernieling is aanleiding geweest om de omgeving van het hunebed te ontdoen van opslag.
Welkom, wat fijn dat je er bent!
Het OERmuseum heeft een bijzonder plan: op de Brink komt een herinneringsplek voor de bekende archeoloog Albert Egges van Giffen. Een plek waar verleden en heden elkaar ontmoeten. Verschillende kunstenaars hebben hiervoor een ontwerp gemaakt. Uit alle inzendingen zijn drie ideeën gekozen – en die leggen we graag voor aan de inwoners van Westerveld.
Maar eerst: wie was Van Giffen eigenlijk?
Hoewel zijn naam niet bij iedereen een belletje doet rinkelen, is zijn betekenis enorm. Hij wordt niet voor niets de ‘vader van de hunebedden’ genoemd. Van Giffen onderzocht alle hunebedden in Nederland, bracht ze nauwkeurig in kaart en zorgde voor restauratie en behoud. In een tijd waarin archeologie nog nauwelijks serieus werd genomen en vondsten soms verloren gingen, zette hij het vakgebied in Nederland stevig op de kaart.
Zijn band met Diever was sterk. Hij groeide op in de oude pastorie aan de Brink, ging er naar school, bezat er een vakantiehuis en vond er uiteindelijk ook zijn laatste rustplaats. Voor oudere inwoners is hij misschien nog een bekende verschijning: een markante persoonlijkheid met een grote passie voor het verleden.
Voor de herinneringsplek zijn drie ontwerpen geselecteerd, die we hieronder presenteren:
Bij dit ontwerp staat de grote steen voor het oude gemeentehuis centraal. De gemeente heeft deze steen beschikbaar gesteld voor het monument. Aan de steen wordt een bankje bevestigd met daarop een ijzeren draadfiguur die Van Giffen voorstelt. Bezoekers kunnen naast hem plaatsnemen, een selfie maken of simpelweg even uitrusten. Een laagdrempelige en uitnodigende manier om kennis te maken met zijn verhaal.
Een manshoog draadfiguur van ijzer die Van Giffen uitbeeldt terwijl hij een zwerfkei in zijn handen houdt. Dit ontwerp benadrukt zijn verbondenheid met het landschap en zijn onderzoek naar prehistorische monumenten.
Een tweedimensionale vorm van een hunebed, waarbij alleen de contouren van de zwerfstenen zichtbaar zijn. Je kijkt dus door het hunebed heen. De omtrek van de stenen is uitgevoerd in roestvrij staal en van binnenuit verlicht. Dit moderne ontwerp verwijst direct naar het werk waarvoor Van Giffen zo bekend werd en laat het verleden letterlijk oplichten in het heden.