De hunebedden zijn de bekendste grafmonumenten in Nederland. Ze werden circa 5000 jaar geleden gebouwd (3400 – 2800 v. Chr.). De bouwers van de hunebedden horen tot de trechterbekercultuur. De enorme stenen waarvan de hunebedden zijn gemaakt, zijn met de een na laatste ijstijd uit Scandinavië naar Noord-Nederland vervoerd.
Veel van de hunebedden zijn in verloop van tijd afgebroken en gebruikt als fundering van kerken en versterking van dijken. In Drenthe bestaan nog 52 hunebedden en in Groningen nog twee. In het OERmuseum kun je zien hoe de hunebedden werden gebouwd.
In Zuidwest-Drenthe zijn drie hunebedden te vinden: bij Diever (hunebed D52) en bij Havelte (hunebed D53 en D54). Archeoloog prof. Van Giffen onderzocht en reconstrueerde deze hunebedden vanaf 1953 tot 1995. Veel van deze archeologische vondsten zijn te bezichtigen in het OERmuseum.
De kelderinhoud van dit hunebed is nooit volledig onderzocht. De verzamelde aardewerkscherven zijn afkomstig van emmers, amforen, schalen, terrines en trechterbekers die een groot vakmanschap in decoratie vertonen. Soms zijn de graveringen in het aardewerk opgevuld met een witte pasta van vermalen bot.
In zijn standaardwerk ‘De Hunebedden in Nederland, 1925-1927’ geeft Van Giffen een beschrijving van het hunebed bij Diever: ‘Het hunebed verkeert in geheel vervallen staat, zoodat zelfs enkele grove hoofdbijzonderheden nauwelijks herkenbare zijn; het geheel is dan ook niet meer reconstrueerbaar. De laatste sporen van een vroegeren dek- of mantelheuvel zijn vrijwel uitgewischt”.
Rond 4.100 voor Chr. ontstond de Trechterbekercultuur. Die liet veel zichtbare sporen na, zoals de hunebedden. In het OERmuseum zie je hoe de hunebedden gebouwd werden. Ook organiseren we fiets- en wandeltochten naar hunebed D52 in Diever of kun je luisteren naar het ‘Verhaal bij het hunebed’.
D53 is het op een na grootste hunebed van Drenthe. Het hunebed is gebouwd rond 3300 voor Chr. en daarna gedurende de gehele trechterbeker periode gebruikt als grafkamer. Onderzoek heeft uitgewezen dat zo’n 135 doden in dit hunebed zijn bijgezet. Niet veel gezien de lange periode dat het hunebed in gebruik is geweest. Tussen het weinige verbrande botmateriaal bevonden zich ook twee berenklauwen, mogelijk jachttrofeeën. Van Giffen haalt ruim tien manden met scherven van trechterbekeraardewerk uit de grafkelder worden geborgen. Daarnaast worden kralen van barnsteen en git, en enkele bijlen en crematieresten gevonden.
Welkom, wat fijn dat je er bent!
Het OERmuseum heeft een bijzonder plan: op de Brink komt een herinneringsplek voor de bekende archeoloog Albert Egges van Giffen. Een plek waar verleden en heden elkaar ontmoeten. Verschillende kunstenaars hebben hiervoor een ontwerp gemaakt. Uit alle inzendingen zijn drie ideeën gekozen – en die leggen we graag voor aan de inwoners van Westerveld.
Maar eerst: wie was Van Giffen eigenlijk?
Hoewel zijn naam niet bij iedereen een belletje doet rinkelen, is zijn betekenis enorm. Hij wordt niet voor niets de ‘vader van de hunebedden’ genoemd. Van Giffen onderzocht alle hunebedden in Nederland, bracht ze nauwkeurig in kaart en zorgde voor restauratie en behoud. In een tijd waarin archeologie nog nauwelijks serieus werd genomen en vondsten soms verloren gingen, zette hij het vakgebied in Nederland stevig op de kaart.
Zijn band met Diever was sterk. Hij groeide op in de oude pastorie aan de Brink, ging er naar school, bezat er een vakantiehuis en vond er uiteindelijk ook zijn laatste rustplaats. Voor oudere inwoners is hij misschien nog een bekende verschijning: een markante persoonlijkheid met een grote passie voor het verleden.
Voor de herinneringsplek zijn drie ontwerpen geselecteerd, die we hieronder presenteren:
Bij dit ontwerp staat de grote steen voor het oude gemeentehuis centraal. De gemeente heeft deze steen beschikbaar gesteld voor het monument. Aan de steen wordt een bankje bevestigd met daarop een ijzeren draadfiguur die Van Giffen voorstelt. Bezoekers kunnen naast hem plaatsnemen, een selfie maken of simpelweg even uitrusten. Een laagdrempelige en uitnodigende manier om kennis te maken met zijn verhaal.
Een manshoog draadfiguur van ijzer die Van Giffen uitbeeldt terwijl hij een zwerfkei in zijn handen houdt. Dit ontwerp benadrukt zijn verbondenheid met het landschap en zijn onderzoek naar prehistorische monumenten.
Een tweedimensionale vorm van een hunebed, waarbij alleen de contouren van de zwerfstenen zichtbaar zijn. Je kijkt dus door het hunebed heen. De omtrek van de stenen is uitgevoerd in roestvrij staal en van binnenuit verlicht. Dit moderne ontwerp verwijst direct naar het werk waarvoor Van Giffen zo bekend werd en laat het verleden letterlijk oplichten in het heden.