Albert Egges van Giffen, het zoontje van de dominee in Diever, zal nooit het moment vergeten dat er voor zijn ogen bij de Ossekoele aan de Groningerweg, iets voorbij het hunebed, urnen werden opgegraven. Hij heeft honderden malen langs de twee merkwaardige heuvels gelopen die iets verder op langs het zandpad liggen dat naar het stukje heidegrond van zijn vader voerde.
Het “spittertien” zoals hij later genoemd zou worden, zet in de zomer van 1929 de schop in de noordelijke heuvel. Hij is dan geen schooljongen meer en heeft z’n biologiestudie omgebogen naar de archeologie en promoveerde in 1912 cum laude op het onderwerp ”Fauna van de terpen”. Sinds 1920 was hij directeur van het door hemzelf opgerichte Biologisch-Archeologische Instituut in Groningen.
Hij ontdekte een door trechterbekermensen gebouwde steenkist. De lengte ervan moet oorspronkelijk ca. 3,6 m hebben bedragen. De kist was omgeven door een langwerpig laag heuveltje met een afmeting van 5,5 bij 3 m. Vermoedelijk was de steenkist afgedekt met hout en zoden. De met stenen en granietgruis bedekte vloer lag 30 tot 40 cm. onder het maaiveld. In de steenkist werden o.a. vijf trechterbekers, een schaal, een zuigflesje, bijlen, pijlpunten en een brandstenen kraal gevonden.
Net als bij het hunebed moet er rekening mee worden gehouden dat in zo’n steenkist meerdere mensen werden bijgezet en dat wellicht ook nog eens niet gelijktijdig. Zo’n steenkist wordt dan ook wel een miniatuur hunebed genoemd. Van Giffen gaat uit van twee individuen waarvan hij de resten aantrof. Onder het heuvellichaam kwam nog een grafje tevoorschijn dat een zuigflesje bevatte, wat duidt op het graf van een kind.
Zo’n duizend jaar later werd op de plaats van de steenkist weer iemand begraven en wel van de klokbekercultuur. Daarbij is een deel van de steenkist gesloopt en zijn de stenen gebruikt voor het nieuwe graf. Deze tweede steenkist had een afmeting van 2,4 bij 1 meter en was bedek met een aarden heuvel die een diameter van zo’n 17 meter en een hoogte van 1 meter had. In het oostwest gerichte graf werd een fraai versierde klok beker aan het licht gebracht. Na het onderzoek is de heuvel gerestaureerd.
De steenkist is gebouwd op een open plek in een bos dat vooral uit linden, iepen, eiken en hazelaars zal hebben bestaan. Ten tijde van de klokbekercultuur had de bebossing er al plaats gemaakt voor een meer open landschap en groeide er ook heide. Nu reikt een uitloper van de Heezenes bijna tot aan de heuvelvoet en ligt de steenkist weer in een beboste omgeving.
Welkom, wat fijn dat je er bent!
Het OERmuseum heeft een bijzonder plan: op de Brink komt een herinneringsplek voor de bekende archeoloog Albert Egges van Giffen. Een plek waar verleden en heden elkaar ontmoeten. Verschillende kunstenaars hebben hiervoor een ontwerp gemaakt. Uit alle inzendingen zijn drie ideeën gekozen – en die leggen we graag voor aan de inwoners van Westerveld.
Maar eerst: wie was Van Giffen eigenlijk?
Hoewel zijn naam niet bij iedereen een belletje doet rinkelen, is zijn betekenis enorm. Hij wordt niet voor niets de ‘vader van de hunebedden’ genoemd. Van Giffen onderzocht alle hunebedden in Nederland, bracht ze nauwkeurig in kaart en zorgde voor restauratie en behoud. In een tijd waarin archeologie nog nauwelijks serieus werd genomen en vondsten soms verloren gingen, zette hij het vakgebied in Nederland stevig op de kaart.
Zijn band met Diever was sterk. Hij groeide op in de oude pastorie aan de Brink, ging er naar school, bezat er een vakantiehuis en vond er uiteindelijk ook zijn laatste rustplaats. Voor oudere inwoners is hij misschien nog een bekende verschijning: een markante persoonlijkheid met een grote passie voor het verleden.
Voor de herinneringsplek zijn drie ontwerpen geselecteerd, die we hieronder presenteren:
Bij dit ontwerp staat de grote steen voor het oude gemeentehuis centraal. De gemeente heeft deze steen beschikbaar gesteld voor het monument. Aan de steen wordt een bankje bevestigd met daarop een ijzeren draadfiguur die Van Giffen voorstelt. Bezoekers kunnen naast hem plaatsnemen, een selfie maken of simpelweg even uitrusten. Een laagdrempelige en uitnodigende manier om kennis te maken met zijn verhaal.
Een manshoog draadfiguur van ijzer die Van Giffen uitbeeldt terwijl hij een zwerfkei in zijn handen houdt. Dit ontwerp benadrukt zijn verbondenheid met het landschap en zijn onderzoek naar prehistorische monumenten.
Een tweedimensionale vorm van een hunebed, waarbij alleen de contouren van de zwerfstenen zichtbaar zijn. Je kijkt dus door het hunebed heen. De omtrek van de stenen is uitgevoerd in roestvrij staal en van binnenuit verlicht. Dit moderne ontwerp verwijst direct naar het werk waarvoor Van Giffen zo bekend werd en laat het verleden letterlijk oplichten in het heden.